Kasteel van Breda
Het Kasteel van Breda (Kasteelplein), waarin sinds 1828 de Koninklijke Militaire Academie (KMA) is gevestigd, is een voorbeeld van een Italiaans palazzo en uniek voor Noord-Europa. De burcht is in feite het derde kasteel van Breda. Het eerste stond er al voor de stichting van de stad Breda. Het tweede werd tussen 1350 en 1362 gebouwd en tenslotte werd in 1536 aan het huidige kasteel begonnen. Rekening houdend met verschillende onderbrekingen kwam het pas in 1696 gereed.
Voordat in 1828 de KMA erin werd gevestigd, zijn er vanaf 1826 op grote schaal veranderingen in en om het kasteel aangebracht. Er werd gesloopt, afgebroken, gedempt, verbouwd en aangebouwd. Op zich was dat ook hard nodig, omdat sinds 1702 met de dood van stadhouder-koning Willem III een periode van verval was ingetreden, nog versterkt door de verbeurdverklaring ten tijde van de Bataafse Republiek (rond 1800), wat leidde tot grof sloopwerk van de prachtige wandbehangsels en de rijke inboedel ten behoeve van een publieke verkoop.
De verbouwingen van 1826/28 zijn uit kunsthistorisch oogpunt bezien fataal geweest, omdat het paleis hierdoor voor een groot gedeelte zijn karakter heeft verloren. “Op de binnenplaats van het Kasteel zijn nog wél 36 terracotta portretmedaillons met portretten en profil van beroemde Griekse en Romeinse figuren uit de Oudheid bewaard gebleven. De medaillons, in de boogzwikken van de zuilengalerij in de noord-, oost- en zuidvleugel, werden vermoedelijk ontworpen door de bouwmeester van het Kasteel ten tijde van Hendrik III van Nassau, Thomas Vincidor de Bologna. Uit het dagboek der verbouwing van 1827/28 blijkt duidelijk dat het behoud van deze en verdere ‘muursieraden’ aan het persoonlijk ingrijpen van koning Willem I is te danken.
Ondanks alle ijver was de verbouwing nog niet gereed toen de cadetten op 20 november 1828 de KMA binnenstroomden. De werklieden moesten zelfs ‘door de Directie der Akademie van de zalen verjaagd worden om daarvan gebruik te kunnen maken’. Door dit alles is het huidige Kasteel van Breda nog maar een flauwe afspiegeling van de pracht welke het tot 1826 tentoonspreidde. Wat in de jaren 1826 tot 1828 onnadenkend werd vernield, verminkt of gesloopt, vormt een lange verlieslijst. Daarenboven werden ingrijpende veranderingen doorgevoerd, waardoor het Kasteel in een ‘modernen stijl werd herschapen’ en volgens een enkele waarnemer zelfs ‘een vrolijker aanzien’ kreeg. De sloop- en verbouwingswoede van de bouwheren van die tijd had geen enkel begrip voor de architectonische schoonheid van het Kasteel van Breda. Toen het stof der verbouwing was opgetrokken, was er een fantasieloos 19e eeuws gebouw overgebleven, waarvan alleen nog details herinneren aan de vroegere schoonheid. Nog vóór de opening op 24 november 1828 was de eerste zwarte bladzijde geschreven in de geschiedenis van de Koninklijke Militaire Academie” (48). Sinds 1948 is het complex gerestaureerd, waarbij zo veel mogelijk is getracht de oorspronkelijke stijl te herstellen.
Vóór de vestiging van de KMA werd het Kasteel in de Franse Tijd (rond 1800) eerst een verblijfplaats voor krijgsgevangenen en later werd het als hospitaal ingericht. Die functie bleek daarna hard nodig, want na de vernietiging van de Grande Armeé van Napoleon in 1813 en niet minder na de verschrikkelijke nederlaag van Napoleons leger bij Leipzig, werden de hospitalen van de Franse garnizoensplaatsen overstroomd met gewonden. Breda kreeg daarvan ruim zijn deel. “Honderden karren, ieder met zes à zeven zieken en gewonden, kwamen in korten tijd op het Kasteel van Breda aan, waarvan het hoofdgebouw was ingericht tot hospitaal, ruimte gevende voor circa 1.000 bedden, en de ruime kelders tot approvisionnement”, aldus mr. Jacob van Lennep in zijn reisbeschrijving ‘Nederland in den goeden ouden tijd’ (1823). Door het gebrek aan goede geneeskundige hulp, bezweken ontelbare lijders, die allen in de Loopschans werden begraven. “Men kan zich voorstellen welk een indruk Breda in die dagen moet hebben gemaakt: rijen huizen, leegstaande door het vertrek der meeste gegoede familiën; leege straten zonder eenig vertier dan het dof geratel van ziekenkarren, die binnenkwamen, of lijkwagens, die uitreden; het Kasteel één tooneel van ellende, overvuld als het was van zieken en gekwetsten, waarvan het merendeel slechts werd binnengedragen om er te sterven”, aldus Van Lennep.
site over de voetreis door Nederland van Jacob van Lennep in 1823.
Het Kasteel is te bezichtigen via de VVV.
Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de KMA in 1978 is een KMA-postzegel uitgegeven.

