Grenssteen 52
Op het recent aangelegde grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis is in 2000 de eeuwenoude kwartsietzandstenen grenssteen 52 met adelaar van de Vrije Rijksstad Aachen gevonden. Hij lag jarenlang bedolven onder een dikke laag aarde, op de grens tussen Bocholtz en Aachen. Hij heeft zijn oude plek teruggekregen, bij grenspaal 212, de huidige grensaanduiding tussen Nederland en Duitsland die dwars door Avantis loopt. Bocholtzenaar Hans Hermans heeft de steen ontdekt. Grenssteen 52 was één van de 138 stenen die de Vrije Rijksstad Aachen na het gereedkomen van verdedigingswal de landgraaf in 1338 rondom de stad plaatste. De landgraaf was een aarden verdedigingswal en vormde de grens rondom de stad Aken. Zeventig kilometer lang met greppels tot vier meter diep. De wallen werden beplant met bomen en doorndragende struiken. Ruiters en karren konden alleen via wegen de landgraaf passeren en zo in de stad komen.
Eenmaal per jaar inspecteerde het Akense stadsbestuur de 138 grensstenen. In de loop der jaren werden er steeds minder geteld. Al in 1694 waren er nog maar 63 over. Bij een telling in 1979 waren er nog maar 18 te vinden. Het bijzondere van grenssteen 52 is dat deze ooit een drielandenpunt markeerde. De hertogdommen Jülich, de Vrije Rijksstad Aken en het Land van Rode, waar ook Bocholtz toe behoorde, grensden hier aan elkaar in de zogeheten Kilshoek. Pas bij het Weense Congres in 1815, na de val van Napoleon, werden nieuwe grenzen getrokken. Bocholtz werd Nederlands. De dorpen en Aken aan de andere kant van de grensstenen kwamen bij Pruissen. En de grensstenen met de adelaar verloren hun geldigheid. (3020 22-4-2000)
